Overslaan en naar de inhoud gaan
Gratis verzending vanaf € 100Achteraf betalen9,6/10
BBQ workshop bij Buiten.studio in Apeldoorn

BBQ begrippenlijst

Kennisbank / Begrippen

BBQ begrippenlijst

De termen die je tegenkomt in recepten en op de workshop, van A tot Z en in gewone taal. Waar het kan Nederlands, met de Engelse term erachter.

A

Aanmaakwokkels

#

Houtkrullen met was om houtskool aan te steken, zonder chemische lucht.

Affakkelen

#

Kort grillen boven direct vuur, waarbij vet op de kolen druipt en vlammen geeft. Alleen kort aan het eind, anders proef je het verbrande vet.

Aslade

#

De lade onder de kolen van een kamado waar de as in valt. Je kunt er ook van onderaf mee aansteken.

B

Bark

#

De donkere, krokante korst op langzaam gegaard vlees, van rub, rook en indroging.

BBQ'en

#

Koken tussen 120 en 200 graden. Daaronder heet het roken, daarboven grillen.

Bindweefsel

#

Maakt vlees taai als je het kort gaart, en wordt gelatine bij lang en laag garen. Zit veel in schouder, nek en ribben.

Boston butt

#

Stuk uit de varkensschouder voor pulled pork. Komt niet uit de bil; de naam komt van het vat waarin het vroeger werd vervoerd.

Briketten

#

Geperste houtskool met bindmiddel. Brandt gelijkmatig, maar is niet geschikt voor een kamado.

Burnt ends

#

Blokjes brisket of buikspek die na het garen met saus nog een keer de bbq op gaan.

Butcher paper

#

Stevig papier om vlees zoals brisket in te pakken. Ademt meer dan folie. Wij gebruiken liever extra dik aluminiumfolie.

C

Chunks

#

Blokken rookhout die lang rook geven. Wij gebruiken altijd chunks, geen snippers.

D

Direct garen

#

Recht boven de kolen of het vuur.

Doorgaren

#

Het vlees wordt nog warmer nadat je het van de bbq haalt. Bij een biefstuk zo'n 4 graden.

Draaispit

ook: rotisserie#

Spit dat boven het vuur ronddraait, zodat het vlees gelijkmatig gaart.

Droog pekelen

ook: dry brine#

Zout direct op het vlees en open in de koelkast laten liggen.

F

Fat cap

#

De dikke vetlaag op stukken zoals brisket of picanha.

G

Glaze

#

Een saus met suiker die je aan het eind op het vlees smeert en laat karamelliseren.

Grillen

#

Direct boven de hitte, tussen 200 en 250 graden, voor een korst.

H

Hitteschild

ook: plate setter, deflector#

Keramische of RVS plaat tussen het vuur en je eten, om indirect te garen.

Hot & fast

#

Op hoge temperatuur, 180 tot 250 graden, voor biefstuk, burgers en saté.

Houtskoolstarter

ook: chimney starter#

Metalen koker om houtskool snel aan te steken.

I

Indirect garen

#

Niet boven het vuur, maar ernaast of met een hitteschild ertussen. Zo wordt je bbq een oven.

Injecteren

#

Vocht met een spuit in een groot stuk vlees spuiten. Doen wij niet: goed vlees heeft het niet nodig.

K

Kamado

#

Keramische bbq in de vorm van een ei, die warmte lang vasthoudt en van 100 tot 400 graden kan.

Kerntemperatuur

#

De temperatuur in het midden van het dikste deel van het vlees.

Koud roken

#

Roken onder de 25 graden, zodat het product niet gaart.

L

Low & slow

#

Lang garen op lage temperatuur, 90 tot 125 graden, voor stukken met veel bindweefsel.

M

Maillard-reactie

#

De reactie die vlees bruin kleurt en smaak geeft als het heet contact maakt.

Membraan

#

Het taaie vlies aan de botkant van spareribs. Haal je weg voor de bbq.

N

Nat pekelen

ook: brine#

Vlees of vis in water met zout laten liggen.

O

Omgekeerde garing

ook: reverse sear#

Eerst rustig gaar tot bijna de goede temperatuur, dan kort heet afgrillen voor de korst.

P

Pellet bbq

#

Bbq die brandt op houtkorrels, met een thermostaat die de temperatuur regelt.

Pitmaster

#

Degene die het vuur en het vlees beheert.

R

Roken (warm)

#

Garen op lage temperatuur met rook voor extra smaak.

Rookhout

#

Hout voor smaak: chunks, snippers of pellets.

Rookring

#

De roze rand onder de korst. Ontstaat door gassen uit de rook die in het vlees trekken. Laat zien hoe diep die gassen zijn ingetrokken, niet hoeveel rooksmaak er aan zit.

Rub

#

Droog kruidenmengsel dat je voor het garen op het vlees wrijft.

Rusten

#

Vlees na het garen even laten liggen, bij ons losjes onder folie.

S

Speksteen

#

Dichte stenen plaat op het rooster. Meer contact met het vlees, dus meer korst.

Stall

#

De kerntemperatuur blijft rond 65 tot 75 graden hangen doordat vocht verdampt.

T

Texas crutch

#

Vlees inpakken in folie om door de stall heen te komen.

V

Vuur op de kolen

ook: caveman style#

Vlees of groente direct op de hete kolen leggen, zonder rooster.

W

Waterschaal

ook: lekbak#

Schaal onder het vlees bij indirect garen, voor vocht en om vet op te vangen.


Gijs Scholman

BBQ-chef en mede-eigenaar van Buiten.studio in Apeldoorn. In 2025 won ik met mijn team de Europese titel Wild BBQ. Ik geef workshops, verzorg catering en schrijf over buiten koken, van techniek tot ingrediënten.