

Clafoutis met kersen uit de houtoven
Clafoutis met kersen uit de houtoven is het dessert dat meelift op je stook: een luchtig eierbeslag over verse kersen in een gietijzeren pan, gebakken op de aflopende warmte van de oven. De hete vloer geeft een licht gekaramelliseerde bodem die een gewone oven niet haalt. Simpel, in het seizoen en warm op z'n lekkerst.
Kersen
- 600 gverse kersen (ontpit)
Beslag
- 6 eieren
- 150 gfijne suiker
- 100 gbloem
- 300 mlvolle melk
- 100 mlslagroom
- 1 tlvanille-extract
- snufje zout
Vorm
- 30 groomboter
- 2 elfijne suiker
Afwerking
- 2 elpoedersuiker
- Pan voorbereiden
Beboter de gietijzeren pan royaal en bestrooi met de suiker. Die laag karamelliseert op de ovenvloer tot een dun korstje.
- Beslag maken
Klop eieren en suiker luchtig, roer de bloem en het zout erdoor en verdun met melk, room en vanille tot een glad, dun beslag.
- Vullen
Verdeel de kersen over de pan en giet het beslag erover.
- Bakken
Bak op 180 tot 200 °C in 30 tot 35 minuten tot de clafoutis gezet, gepoft en goudbruin is. Draai de pan halverwege. Het midden mag nog net trillen.
- Serveren
Laat 10 minuten zakken, bestuif met poedersuiker en serveer lauwwarm uit de pan.
De perfecte pizza uit je oven
Het juiste deeg, de juiste temperatuur en het juiste moment om te draaien. In onze workshops leer je hoe je thuis pizza's bakt die niet onderdoen voor die van een pizzeria.
Bakken op aflopende warmte
Clafoutis vraagt geen vol vuur: 180 tot 200 °C is genoeg, en dat is precies wat een houtoven na het pizzabakken nog in zich heeft. De hete vloer karamelliseert de suikerlaag op de bodem terwijl de dalende oventemperatuur het eierbeslag rustig laat zetten — het dessert lift mee op stook die je toch al hebt.
Kersen met of zonder pit
De Franse traditie bakt clafoutis met pit — die zou een licht amandelaroma afgeven. Wij ontpitten: het eet een stuk prettiger en het aroma-verschil is klein. Geen verse kersen? Goed uitgelekte kersen uit een pot kunnen buiten het seizoen ook.
Gezet, niet droog
De clafoutis is goed als de randen gepoft en goudbruin zijn en het midden nog nét meebeweegt — hij zet door tijdens het zakken. Bakt hij door tot hij overal stevig is, dan verlies je het flan-achtige hart dat dit dessert zijn karakter geeft.

















